Bandenspanning
Opgelet :
Tijdens het oppompen :
- neem de veiligheidsafstand steeds in acht, gebruik altijd een veiligheidskooi, die bij voorkeur bevestigd is aan de muur of met kettingen vastgezet is.
- Indien er geen kooi beschikbaar is, moet de monteur er steeds voor zorgen dat geen enkel deel van zijn lichaam zich in de gevarenzone (zie schaduwzone op de tekening) bevindt.
- Laat geen gereedschappen of materiaal achter op de flank van de liggende banden.
- Het is verstandig om drukbegrenzers te gebruiken.
- Gebruik een ontvochtigingsfilter (of droger) op de persluchtleiding om te voorkomen dat er vocht of vuil de band binnendringt.

Bepaal de maximale bandenspanning
- 1.5 bar voor banden van 15" of kleiner;
- 1.0 bar voor alle andere banden;
- volg voor wielen met BLS (bandenslot) de specifieke instructies die bij het wiel werden geleverd.
.
- Verifieer of de hielen correct op de hielbasis van de velg zijn gezet. Als dat niet het geval is, laat de banden dan eerst leeglopen en centreer deze opnieuw op de velg.
- De juiste werkdruk dient steeds geblazen te worden in een veiligheidskooi, of van op een veilige afstand wanneer die hoger is dan :
- 4 bar voor een band met 5 bar positionerings druk
- 3 bar voor een band met 3.5 bar positionerings druk
- 2 bar voor een band met 2.5 bar positionerings druk
- Na het opblazen tot de maximum druk voor het positioneren van de band, dient de druk terug afgelaten te worden tot de de normale werkdruk, alvorens het wiel uit de veiligheidskooi te verwijderen. In geval van twijfel of moeilijkheden, contacteer steeds een specialist
Opmerking :
- Het is heel belangrijk dat de band eerst opgeblazen wordt tot de positionerings druk, omdat dit ervoor zorgt dat de band goed aansluit op de velg.
- Als de hielen niet goed op de velg geplaatst zijn, dan dient men de druk terug af te laten, de band opnieuw op de velg te centreren en opnieuw op te blazen. Deze handeling herhalen tot de hielen helemaal goed zitten.